MISSIO Wereldmissiemaand 2017: Burkina Faso

Een oprecht hart wordt altijd beantwoord

In de Wereldmissiemaand oktober besteedt Missio Pauselijke Missiewerken dit jaar aandacht aan de katholieke gelovigen in Burkina Faso. Het West-Afrikaanse land is relatief vreedzaam, maar zeer arm.

Het land van de oprechte mensen

Het voormalige Opper-Volta veranderde zijn naam in 1984 in Burkina Faso. De naam betekent: land van de oprechte mensen. Het is een van de armste landen ter wereld. Een groot deel van de bevolking leeft van de landbouw. Met name de regio’s die in de Sahelzone liggen, worden hard getroffen door klimaatveranderingen en droogteperiodes.

Hulp voor meisjes en vrouwen

De helft van de meisjes in Burkina Faso wordt voor haar 18e uitgehuwelijkt. Steeds vaker verzetten meisjes zich tegen dit lot van een gedwongen huwelijk. Ze vluchten en vinden bescherming bij zusters of in gezinnen van catechisten. Het geloof in hekserij is in Burkina Faso wijd verbreid. De slachtoffers zijn meestal oudere vrouwen. In het opvangcentrum Delwendé in Ouagadougou wonen 245 vrouwen die uit hun dorpsgemeenschap zijn verstoten omdat ze heks zouden zijn.

Missio helpt

De katholieke Kerk blijft niet aan de zijlijn staan. Missiezondag is vooral het feest van de solidariteit. Daarom steunt Missio de zusters en de catechistenfamilies die de meisjes opvangen en de van hekserij beschuldigde vrouwen. Een derde project betreft de kinderen en jongeren die werken in de illegale goudmijnbouw.

Help onze medegelovigen in Burkina Faso.

Geef aan MISSIO Pauselijke Missiewerken in de collecte op Missiezondag 22 oktober of stort uw bijdrage op NL65 INGB 0000 0015 66, t.n.v. MISSIO Wereldmissiemaand, te Den Haag.

Moedige Martine

Moedige MartinaFoto: H. Schwarzbach

Martine Sawadogo is veertien jaar als haar leven totaal op zijn kop gezet wordt. Haar vader wordt zwaar ziek en zal binnen afzienbare tijd sterven. Terwijl hij op zijn sterfbed ligt, laat hij zijn jongere broer een belofte doen. Martine mag naar school blijven gaan en de school ook afmaken. Maar Martines oom heeft andere plannen. Na de dood van haar vader vertelt hij Martine dat hij geen geld heeft voor de school. Hij zal haar uithuwelijken. En daarvoor heeft hij al een overeenkomst gesloten met een man. Martine zit in de schaduw van een boom als ze vertelt over de plannen van haar oom. De nu 19-jarige heeft kort haar en draagt een blauw schooluniform. Om haar heen zitten meisjes aan weefgetouwen. De radio staat aan. De meisjes zijn uitgelaten, maken grapjes en lachen hard. Martine lacht niet. De man met wie ze zou moeten trouwen, vertelt de jonge vrouw zachtjes, was veel ouder dan zij. Martine schat hem op 50 jaar. Bovendien had hij al twee vrouwen. Martine zou zijn derde vrouw worden. Polygamie is in Burkina Faso wijdverbreid. Mannen hebben vaak twee of drie echtgenotes. Vaak zijn het nog kinderen. Hoewel een huwelijk met minderjarigen bij wet verboden is, wordt een op de twee meisjes in het West-Afrikaanse land voor haar 18e jaar uitgehuwelijkt. Een op de tien zelfs voor haar 15e. Maar steeds meer meisjes weigeren in te stemmen met de tussen families overeengekomen huwelijksovereenkomsten. Ook Martine verzet zich. Dat maakt haar oom zeer woedend. Martines moeder probeert hem nog op andere gedachten te brengen – tevergeefs. “Als je mij niet gehoorzaamt, dan moet je gaan”, dreigt hij zijn nichtje. “Dan kun je nooit meer naar je familie terug.” Daarop pakt Martine een paar kledingstukken en vlucht naar de zusters, die ze kent van haar bezoeken aan de kerk. De congregatie “Soeurs de l’Immaculée Conception de Ouagadougou” is de grootste inheemse zustergemeenschap in het land en is op veel plaatsen present, ook in Bittou, een stad in het zuiden van Burkina Faso, waar Martine dichtbij woont. De zusters zetten zich vooral in op het gebied van ondersteuning en bewustwording van meisjes en vrouwen.

Toevlucht bij zusters

Ze nemen ook Martine in hun huis op, als zij om hulp vraagt. Van daaruit informeert ze haar moeder over haar vlucht en hoopt dat haar oom zijn plannen opgeeft. Maar hij denkt er niet aan. Het duurt niet lang of hij komt naar de zusters. Hij wil Martine meenemen en haar uithuwelijken. De zusters kunnen hem niet op andere gedachten brengen. Maar ze weigeren om Martine mee te laten gaan. Toen ging haar oom helemaal door het lint, vertelt Martine. “Jullie hebben zelf geen kinderen. Daarom nemen jullie ze van anderen af”, had hij tegen de zusters geschreeuwd. Toen is hij briesend van woede weggegaan. Terug in het dorp laat hij zijn woede los op Martines moeder. Pas als ze vertelt hoe haar moeder de volgende dag huilend naar haar toe kwam, lopen de tranen bij de jonge vrouw over haar wangen. “Mijn moeder smeekte mij: ‘Kom alsjeblieft naar huis. Zeg hem dat ik je niet heb aangemoedigd om te vluchten’.“ Met een bezwaard hart stemt Martine uiteindelijk toe en gaat met haar moeder naar het dorp. Ze vertelt haar oom, dat zij alleen de beslissing nam om weg te lopen. Dan wil Martine terug naar de zusters. Maar haar oom laat het niet toe. “Vanaf nu doe je wat ik zeg”, beveelt hij. Maar Martine laat zich niet intimideren. Bij de eerste gelegenheid vlucht ze opnieuw naar de zusters. De zusters vragen aan de parochiepriester om Martine in een ander convent van hun congregatie onder te brengen. Ze hopen dat het meisje in de 115 kilometer verder weg gelegen gemeente Baskouré veilig is voor haar gewelddadige oom. Sindsdien woont Martine bij zuster Françoise Ilboudo in een huis van de congregatie samen met 25 andere meisjes. De jongste meisjes gaan naar de basisschool. De ouderen hebben de mogelijkheid naar het voortgezet onderwijs te gaan of een handwerk te leren. Daar hoort naast weven, naaien en borduren ook het maken van zeep bij. Met de opbrengst van de verkoop van producten dragen de meisjes bij aan het onderhoud van de instelling. Zuster Françoise biedt de meisjes niet alleen een veilig toevluchtsoord. Zij en haar medezusters gaan langs de dorpen, geven voorlichting, discussiëren met de bewoners over de geestelijke schade die de vaak zeer jonge meisjes oplopen door een vroeg huwelijk.

Langzame verandering

De meeste mensen stellen geen vragen bij de sinds generaties gepraktiseerde gebruiken en tradities. Pas wanneer er open over gesproken wordt, veranderen sommigen van mening. “Het is niet meer zoals vroeger”, vertelt zuster Françoise. “Door ons werk zien steeds meer mensen in dat een gedwongen huwelijk niet goed is.” Ook met de families van de betreffende meisjes in haar opvanghuis gaat zuster Françoise het gesprek aan. Ze wil haar bescher melingen weer met hun familie verzoenen. Soms lukt dat. In het geval van Martine zijn alle pogingen tot een verzoening tot nu toe mislukt. “Martines oom houdt vast aan zijn beslissing”, vertelt zuster Françoise. “Hij wil, dat ze zijn wil respecteert en instemt met het huwelijk dat hij gearrangeerd heeft.” Maar Martine denkt er niet aan. Ze gaat naar het voortgezet onderwijs en heeft zich vast voorgenomen de opleiding succesvol af te sluiten, ook als het leren haar zwaar valt. “Ik wil een goede baan vinden”, zegt ze. “En dan met een man trouwen van wie ik hou.”

Het werk van deze zusters is één van de projecten die Missio Nederland dit jaar zal steunen. Tekst: Bettina Tiburzy 

Reacties zijn gesloten.