Tijd om stil te staan bij de 7 sacramenten

WAT IS EEN SACRAMENT?

  • Het doopsel
  • Het vormsel
  • De Eucharistie
  • Het huwelijk
  • De priesterwijding
  • De biecht
  • De ziekenzalving

Onder een sacrament verstaan we een zichtbaar teken in onze wereld, waarin God en mens elkaar ten goede raken. De belangrijke levensmomenten, geboorte, volwassenwording, huwelijk, toewijding aan de Heilige, uitsluiting uit en verzoening met de gemeenschap, het einde van het leven en de heilige maaltijd waarin de gemeenschap zich hernieuwt, vragen om gevierd te worden. Deze momenten onderbreken de gewone gang van zaken en het leven van alledag.
Op deze heilige momenten kan het gebeuren, dat de grenzen tussen het menselijke en het goddelijke, tussen het individu en de gemeenschap worden opgeheven en ook de tijd lijkt even weg te vallen. Deze sacramenten worden in de kerk ontvangen en doorgegeven.
Binnen de reformatorische traditie zijn er twee sacramenten, het doopsel en het avondmaal. Deze twee hebben het meest expliciet gewaarmerkt door Jezus Christus en als ritueel beschreven in het nieuwe testament. De roomskatholieke traditie kent zeven sacramenten die overigens ook bijbels te gronden zijn maar minder uitdrukkelijk. In de loop van de eeuwen kende de katholieke traditie meer sacramenten, in de loop van de tijd is het onderscheid gemaakt tussen sacramenten en sacramentaliën; bij deze laatste horen allerlei zegeningen (pelgrimszegen, zegen van de rozenkrans etc.).

2 (Large) op een diepgaand gesprek dat de doopouders hadden over hun eigen geloof en het kwam hem blijkbaar iets te dicht op de huid. Toch is het geloof van ouders van wezenlijk belang bij de doop van hun kind. Natuurlijk, het kind wordt gedoopt en ontvangt het geloof, zomaar, een genadegave. Maar mensen uit de omgeving van de dopeling en op de eerste plaats de ouders, zullen dat geloof moeten wekken en verzorgen. Het doopsel van kinderen beklemtoont het genadekarakter, in het doopsel van volwassenen zie je de weg van het geloof geschilderd.

Hoe ziet die weg eruit? Vanouds werd de vraag naar het doopsel gesteld in een ritueel op de drempel van de kerk, in het voorportaal. De priester vraagt: Hoe heet ge? En na het horen van de naam vraagt hij: Wat verlangt ge? En de doopkandidaat antwoordt: Wat ik nodig heb voor het eeuwig leven! De priester blaast over de dopeling om het kwaad te verdrijven en Gods Geest over deze mens te laten komen. Het is een eerste stap. Daarna wordt het lichaam van de dopeling, met name de zintuigen en enkele andere ledematen, getekend met het kruis. Tenslotte ontvangt hij of zij wat zout, om het bederf af te weren. Na deze rite begint het catechumenaat, de tijd van voorbereiding, onderricht en vorming. Tot aan de opname in de kerk door het doopsel tijdens de paasnacht zijn er regelmatig vieringen, waarbij het Onzevader of de geloofsbelijdenis of de tien geboden centraal staan. Zij die gevraagd hebben om de doop ontvangen deze samenvattingen van geloof als geschenk op weg naar het doopsel. De dopeling wordt door een peter en meter (volwassen katholieken) ingewijd in de kerkelijke praktijk, de leer, de bijbel en de liturgie.
In onze tijd kan de dopeling deelnemen aan de vieringen, maar hij/zij gaat niet ter communie. In de voorbereiding op het doopsel worden mensen meer en meer deel van de geloofsgemeenschap, want ook de samenkomende gelovigen horen in de veertigdagentijd voor het hoogfeest van Pasen opnieuw over het doopsel. Na deze laatste voorbereidingen vieren we in de paasnacht het sacrament van de doop. De gedoopten ontvangen het sacrament van het vormsel en nemen voor het eerst deel aan de eucharistie. De voltooiing van een lange voorbereidingsweg is tevens het begin van de weg met een zending over heel de wereld.

Hoe ziet het doopritueel er eigenlijk uit?
In de paasnacht vindt de zegening van het doopwater plaats; met dit water worden de dopelingen in de paastijd gedoopt. Buiten de paastijd wordt het water in iedere doopviering gezegend. De dopelingen zijn verzameld met hun peter/meter (en hun ouders) rond de doopvont. Na de zegening van het water vraagt de priester elke dopeling het kwaad af te zweren en het geloof te belijden, twee kanten van één medaille. Bij de kinderdoop antwoorden ouders en peetouders namens de dopeling. Meteen hierna vindt de onderdompeling in het water of de begieting met het doopwater plaats met de woorden: N, ik doop je in de naam van de Vader (eerste onderdompeling/begieting) en de Zoon (tweede onderdompeling/begieting), en de heilige Geest (derde onderdompeling/begieting). De peter en meter leggen hun rechterhand op de schouder van de gedoopte.
De gedoopte ontvangt het chrisma, tenzij meteen na de doop het vormsel volgt. Chrisma is een welriekende zalf en wanneer je daarmee door de priester getekend wordt, is dat een teken van de waardigheid die je hebt als schepsel Gods, gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis. De gedoopte ontvangt het witte doopkleed, teken van het nieuwe leven, teken ook dat je bekleed wordt met Christus. Tenslotte ontvangt de gedoopte het licht; de doopkaars wordt aangestoken aan het licht van Pasen.
Het licht heeft de duisternis overwonnen!

- HET SACRAMENT VAN DE MONDIGHEID

Tijdens het vormsel ontvangt de vormeling de zalving met chrisma onder handoplegging en met de woorden: ontvang het zegel van Gods gave, de heilige Geest. Hieraan voorafgaande bidt de bisschop om de heilige Geest.
Het mooie van de volwassenendoop is dat de eenheid tussen doopsel, vormsel en eucharistie blijft behouden. Pas toen de gewoonte ontstond dat naast de bisschop ook priesters het doopsel toedienden, ging de eenheid tussen doopsel en vormsel verloren. Want het toedienen van het vormsel was voorbehouden aan de bisschop. Je kunt het vormsel beschouwen als de bezegeling van het doopsel, als de bijzondere toerusting met de heilige Geest en teken van je opdracht deel te nemen aan de zending van de kerk. Korter gezegd: het is het sacrament van de mondigheid.
Terwijl je in het doopsel ontvangen wordt, word je in het vormsel erop uitgestuurd om de wereld de goede boodschap te melden. En daartoe word je toegerust. De bisschop legt je de handen op. Daarmee geeft hij de Geest door, die ook hij ontvangen heeft. Het tweede lijfelijk teken is de zalving met chrisma. Deze geurige olie, die op Witte Donderdag is gewijd, doordrenkt je lichaam zodat je helemaal vervuld raakt van de heilige Geest. Daarmee ontvang je de kracht om steeds meer op Jezus Christus te gaan lijken, zijn weg te gaan en te getuigen van zijn liefde.
Misschien zijn bovenstaande woorden een maat te groot, (te) moeilijk te begrijpen. Misschien is dat precies de reden dat in de sacramenten onze zintuigen worden aangesproken: we worden aangeraakt, de neus wordt met de goede geur gestreeld. Het mysterie van Gods mensenliefde is blijkbaar groter dan ons verstand en gaat vaak ons begrip te boven. Bovendien is het goed te weten dat je als gedoopte en gevormde gelovige deel bent van een gemeenschap. In die gemeenschap heeft eenieder eigen gaven en mogelijkheden.

HET SACRAMENT VAN SAMENKOMST MET JEZUS CHRISTUS

Wanneer je de evangelies leest, valt op dat Jezus vaak maaltijd houdt met allerlei slag mensen en in heel diverse situaties. Hij eet met tollenaars en zondaars, met Zacheüs. (Lucas 19,1-10) Hij voedt de zevenduizend… (Matteus 14,14-21) Hij viert ook het joodse Pasen met zijn leerlingen. (Marcus 14, 12-31) Tijdens die viering, die later het laatste avondmaal is gaan heten, neemt Jezus brood en wijn en geeft dat aan zijn leerlingen om te eten en te drinken. In woord en gebaar maakt Hij brood en wijn tot teken dat Hij zich aan zijn leerlingen wil meedelen. Hij doet dat met het oog op zijn naderende dood die Hij duidt als zijn liefdegave voor zijn leerlingen en velen en vraagt de leerlingen dat te blijven doen om Hem te gedenken. De ervaring van de opstanding van Jezus verdiept dit teken van overgave nog verder. In de eucharistie roept de verrezen Heer de geloofsgemeenschap samen om gevoed te worden door de Schrift en de heilige maaltijd en de verbondenheid met God en elkaar te versterken. Daarna worden de gelovigen eropuit gestuurd om in woord en daad de Blijde Boodschap te verkondigen.

Door catechese kun je kennisnemen van de structuur en de inhoud van de eucharistie, zodat je in ieder geval wat betreft de uiterlijke kant weet hebt van de eucharistie. Dan weet je, dat er een opening van de dienst is, waarbij je stilstaat bij je tekorten en vergeving vraagt, dat er een lofzang is, het gloria dat de engelen zongen toen ze de geboorte van Jezus aan de herders meldden en dat we samen bidden.
Je leert dat er altijd uit de Schrift gelezen wordt, het Woord Gods en dat de priester die woorden uitlegt en toepast op het leven van de gelovigen.
Daarna brengen de gelovigen in de voorbede hun zorgen en noden naar voren, in de collecte geven zij iets van het weinige of vele dat zij bezitten en nemen zo deel aan de gaven van brood en wijn die naar voren worden gebracht. De priester neemt deze gaven aan, dankt God in het eucharistische gebed waarin de gaven gezegend worden. Na het Onzevader breekt de voorganger de hosties (het brood) en deelt het uit aan de gelovigen.
Deze bidden dan in stilte en worden met de zegen (op) weg gezonden. Wil je het sacrament van de eucharistie in zijn diepte peilen, dan moet je het aan den lijve ervaren en het daarna overwegen, alleen en met anderen. Mystagogie heet dat, de weg van de inwijding begeleid door een wijze vrouw of man.
Dan wordt de eucharistie de samenkomst in de naam van Jezus Christus (als er twee of drie in mijn naam bijeen zijn). Daarbij verbindt de priester ons met Jezus en de leerlingen, daarbij is de Levende aanwezig in het lezen uit de Schrift en daarbij naderen wij God met onze gaven en ontvangen de Levende als het lichaam van Christus. Zo hebben we deel aan de maaltijd en in het communiceren worden wij het lichaam van Christus.
In de liturgie wordt heel de mens aangesproken, al onze zintuigen worden gestreeld of geprikkeld, met onze oren horen we woorden, met onze lippen en tong zingen, spreken en proeven wij, we worden aangeraakt door een zegenende hand, we zien kaarsen branden, onze neus ruikt de geur van wierook en chrisma, bloemen en brood. Klopt dat allemaal? De olie die gebruikt wordt bij de zalving ruik je niet, het brood dat we breken en delen is niet of nauwelijks herkenbaar als brood. Het is jammer dat de gaven van de schepping en de arbeid van onze handen zo niet meer tot uitdrukking komen en het is fijn dat de dichter ons er wel aan herinnert:

In het brood
is het graan,
is de akker,
is de wassende maan,
is de brandende zon,
is de ploegende boer,
is de hand van de bakker,
is de bron;
etend proef ik het geheimenis
dat in het al de Ene is.

Hein Stufkens, Waarvoor ik dien Dabar-Heeswijk 1999/2

HET SACRAMENT VAN TROUW EN BELOFTE

In de huwelijksviering zijn het de man en de vrouw die elkaar het sacrament toedienen. De priester die erbij is, is getuige namens de kerk. In de trouwbelofte staan de woorden: ik aanvaard je als mijn man/vrouw. In die woorden klinkt mee dat je de ander ontvangt zoals hij of zij is, als een geschenk. Wanneer twee mensen zich aan elkaar overgeven en toevertrouwen, raken God en mens elkaar.

4 (Large)

Wij houden Jou hoog als wij elkaar minnen.
Jouw naam gaat rond, in trouw aan elkaar.
Jij komt tevoorschijn als wij elkaar bergen.
In dit geheim word Jij openbaar.

tekst A. Govaart / muziek T. Hagen

In het evangelie lezen we, dat je het leven moet verliezen om jezelf te vinden. Of dat je jezelf moet opgeven om het leven te vinden (Lucas 23, 23 -27). Het zijn mystieke, paradoxale uitspraken, die angst en afweer oproepen. In leven, lijden, dood en verrijzenis van Jezus zien we, dat hij deze uitspraken bevestigt. De evangeliën verkondigen ons Jezus, die zijn leven in de waagschaal stelt, die geen verweer heeft tegen valse beschuldigingen, zichzelf ontledigt en sterft als een ‘niemand’ aan het kruis. Maar, zo verkondigen de evangeliën, God heeft hem door de dood heen het leven gegeven. In de relatie tussen twee mensen kan eenzelfde overgave en zelfverlies plaatsvinden.
In de wijze waarop de huwenden met elkaar omgaan, elkaar accepteren en elkaar goeddoen, merken zij zelf dat ze in een liefde leven die groter is dan hun tweezaamheid en merken ook anderen dat hun verbond aanstekelijk is. Maar een huwelijksrelatie is ook hard werken en soms moet je het een dorre tijd met elkaar uithouden.
Omdat we weet hebben van de breekbaarheid van relaties, is het goed elkaar te leren vergeven. Wanneer je leert geloven dat er nieuw begin mogelijk is, durf je elkaar de waarheid te zeggen, die soms hard is, maar ook helderheid schept. Daarvoor kunnen we in de leer bij de Barmhartige God. Als we de bijbel lezen, horen we steeds verhalen van trouw en ontrouw in het verbond tussen God en het volk en horen we dat God vergeeft en zich weer verbindt met Israël.

NOR 9-9Juni-juli voor de site

HET SACRAMENT VAN TOEWIJDING

In allerlei godsdiensten is er een middelaar tussen God en mensen. Omdat God in ons menselijk ervaren verschillende kanten heeft – de liefdevolle en de wraakzuchtige kant, de trouwe en de onberekenbare kant – is het te risicovol God rechtstreeks te benaderen en worden mannen en vrouwen gezocht om dat voor het volk te doen. Zij zetten zich daarvoor in door offers te brengen, te bidden et cetera. Daarmee hebben ze een aparte plek, levensstaat en gaven.
In de rooms-katholieke kerk hebben alle gedoopte en gevormde gelovigen een taak en een opdracht: ze delen in het algemeen priesterschap. Ze worden uitgedaagd in woord en daad te getuigen van Gods menslievendheid in Jezus en de herscheppende kracht van de Geest. In die gemeenschap voelen sommigen zich geroepen zich volledig in te zetten voor dat getuigenis. Ze willen daarvoor hun leven geven. Voor vrouwen en mannen zijn er niet dezelfde mogelijkheden: vrouwen kunnen zuster worden, mannen monnik, bisschop, priester of diaken. Tijdens zijn wijding krijgt de priester de handen opgelegd. De bisschop die dat doet geeft daarmee de kracht van Jezus Christus en de gave van de Geest door die ook hem tot priester gemaakt heeft. In het Nieuwe Testament zegt de brief aan de Hebreeën (Hebreeën 9,11-14) uitdrukkelijk dat Jezus onze hogepriester is: hij heeft zijn hele leven in dienst gesteld van God; hij heeft geen offers gebracht, maar is offer geworden. Een tweede nieuwtestamentische notie is het verhaal van de voetwassing. In het evangelie van Johannes (Johannes 13, 1-17) staat daar waar de andere evangelisten schrijven over het laatste avondmaal, het verhaal van de voetwassing. Jezus wast de voeten van de leerlingen en geeft zo het onderling dienstbetoon als opdracht.
De priester wordt gewijd voor de dienst aan een parochie. Die dienst heeft twee kanten: de priester staat ín de parochie, hij heeft er hier en nu de zorg voor; en de priester staat tegenóver de parochie en is door wijding en ambt verbonden met de bisschop en zo met de wereldwijde kerk en traditie van eeuwen. In het voorgaan in de eucharistie en het vieren van andere sacramenten viert de geloofsgemeenschap dat ze door Christus gevoed wordt en één lichaam van Christus is.

NOR 9-9Juni-juli voor de site2

En hoe zit dat met de pastoraal werk(st) er?
Wanneer je vrouw bent, is het niet mogelijk in de rooms-katholieke kerk, priester of diaken te worden. Ook voor gehuwde mannen staat het ambt niet open. (Dat is anders dan in de meeste protestante kerken, in de anglicaanse kerk en bij de oud-katholieken). Toch zijn er in Nederland nogal wat vrouwen en mannen die theologie hebben gestudeerd en zich geroepen weten tot pastoraal werk. Voor dit werk ontvangen zij een zending van de bisschop, maar zij mogen de sacramenten niet bedienen (met als uitzondering soms het doopsel). Voor sommigen is het pijnlijk niet gewijd te kunnen worden op grond van hun sekse of levensstaat. Nu er een ontwikkeling is van groeiende samenwerking van pastores ten behoeve van diverse parochies, is het duidelijk dat ze delen in het pastorale ambt waarbij eenieder – gewijd of ongewijd – de eigen talenten kan aanwenden.

NOR 9-9Juni-juli voor de site3

HET SACRAMENT VAN BOETE EN VERZOENING

Zolang ik doof was voor de stem van mijn geweten werd ik verteerd vanbinnen, vluchtte ik in zelfbeklag. Uw hand woog zwaar op mij, dagen en nachten lang.
psalm 32

Het is soms pijnlijk te erkennen, maar het kan ook een opluchting zijn om uit te spreken: we zijn niet volmaakt. We doen dingen fout, we schieten tekort, we zijn nalatig ten opzichte van de mensen en de wereld om ons heen en soms kwetsen we anderen willens en wetens en maken kapot wat goed was. Volmaakt zijn we niet.
Als gelovige mag je je leven ervaren als een geschenk met een opdracht. Je hebt het leven ontvangen en het is je opdracht in verbondenheid met God en andere mensen een goed leven te leiden, het geschenk niet te verspelen of te bederven, want dat is zonde.
Zondebesef kan mensen klein maken en juist een belemmering vormen om tot ontplooiing te komen; je wordt dan bang voor straf, achterdochtig ten opzichte van jezelf. Je kunt ook vrolijk flierefluitend over al je schaduwen heen stappen: ach, God vergeeft me wel. Het biechtgesprek en het sacrament van boete en vergeving kunnen je helpen tot een gezonde gewetensvorming te komen. Het is goed met enige regelmaat kritisch naar jezelf te kijken, te wegen en te weten wat goed en kwaad is en je opnieuw toe te vertrouwen aan de barmhartigheid van God.
De barmhartigheid van God en de verzoening in Jezus Christus gaan aan onze biecht vooraf. Juist omdat we in dat licht staan, kunnen we onze schaduwen onder ogen zien.
Het is goed je te realiseren dat het sacrament van boete en verzoening niet de enige mogelijkheid is om bij je tekort stil te staan en het weer goed te maken met God en de mensen. ·

  • Het doopsel is ondergaan in het water en gereinigd en nieuw daaruit opkomen.
  • In de eucharistie en andere vieringen zijn altijd momenten waarin we vragen om ontferming/vergeving (kyrië/schuldbelijdenis).
  • Diaconaal handelen sticht verzoening en maakt zo recht wat kromgebogen is.
  • Onderlinge broederlijke/zusterlijke vermaning kan ons de goede weg wijzen.
  • In de biecht van het hart, je gebed of gesprek met de Barmhartige, houd je jezelf een spiegel voor.
  • In onderlinge verzoening na een ruzie, na een misverstand of na een kille stilte maak je het weer goed.
  • Oefening in ontvankelijkheid voor Gods woord: op het moment dat je de Schrift aanvaardt als je richtsnoer bepaalt dat ook je gedrag.

NOR 9-9Juni-juli voor de site4

HET SACRAMENTEN VAN DE AANVAARDING EN VERBONDENHEID
Het sacrament van de ziekenzalving kan in een wereld waarin ziekte en handicap geen plaats meer mogen hebben een ‘heilsmiddel’ worden waardoor we de vergankelijkheid een plaats kunnen geven in ons bestaan. De ziekenzalving wordt toegediend aan die mensen die aan het begin of einde zijn van een proces waarin ze hun ziekte kunnen aanvaarden als deel van hun bestaan. Daarmee raken zij met zichzelf en de gemeenschap verzoend en zo vindt een vorm van genezing plaats.
Naarmate een maatschappij moeilijker met ziekte, handicap en afwijkingen kan omgaan, hebben deze lichamelijke gebreken steeds meer invloed op het geestelijk welzijn en zijn ze feitelijk ziekmakender. We vinden het blijkbaar vaak moeilijk de zieke – dat kunnen we plots ook zelf zijn – te zien als een onherhaalbaar en broos mens. We zijn geneigd de zieke te zien als een mens die een waarschuwingslichtje heeft branden, of een mens met een storing, of een versleten mens, een doorkruising van het economisch profijt of het eigen levensproject.

Ziekte, pijn en dood moeten bestreden worden, maar niet vanuit de overtuiging dat ze uit te bannen zijn, maar eerder vanuit de overtuiging dat ze gedeeld kunnen worden en een plek in ons leven en onze maatschappij kunnen krijgen. Dat is ook het heilzame van Lourdes: het is een ruimte waar zieken en gezonden in geloof samenkomen, waar de zieken de maat aangeven. Het gaat niet op de eerste plaats om lichamelijke genezing, maar om aanvaarding en verbondenheid.

De ziekenzalving heette vroeger het sacrament van de stervenden of (met de biecht) de laatste sacramenten. Nu wordt het vaak gevierd zonder dat er direct stervensgevaar is. De vanzelfsprekende koppeling met de biecht en het viaticum (letterlijk: de spijs voor onderweg, de laatste communie) is verdwenen. Het is goed het sacrament te vieren in een kring van nabijen. Zoals bij alle liturgie klinken er woorden uit de Schrift en wordt er gebeden. Daarna legt de priester de zieke de handen op onder gebed, spreekt de zegen uit over de olie en zalft de zieke met de olie. Allen bidden het Onzevader. Soms raken allen de zieke aan tijdens de handoplegging als teken van verbondenheid en om kracht te geven, soms geeft de zieke, de vader of de moeder de (klein)kinderen de zegen, zoals Jacob dat deed.

(Genesis 48-49)

3 (Large)

Moge God je zegenen in je laatste dagen,
moge God je bijstaan in je laatste uren.
Moge God je opvangen als je het leven los kunt laten.
Moge God je opnemen in grenzeloze goedheid.

tekst A. Govaart

Reacties zijn gesloten.